|
Bedrijfsopvolgingsregeling, ook als echtgeno(o)t(e) ondernemer overlijdt
Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen, kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Kort gezegd komt de regeling erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt – onder voorwaarden – geen erf- of schenkbelasting hoeft te betalen. Eén van de voorwaarden is dat het ondernemingsvermogen moet worden verkregen van een ondernemer. Maar wat nu als niet de ondernemer overlijdt, maar zijn of haar echtgeno(o)t(e)?
Overleden echtgeno(o)t(e) is geen ondernemer
Hans en Karin zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Hans heeft een eenmanszaak en Karin werkt parttime in dienstverband. Zij hebben nooit een testament op laten maken. Dan overlijdt Karin plotseling.
Onderneming valt in huwelijksgoederengemeenschap
De onderneming hoort volgens het civiele recht tot de huwelijksgoederengemeenschap. Dat betekent dat de helft van de onderneming van Hans is en blijft en dat de andere helft van de onderneming tot de nalatenschap van Karin behoort. Deze onverdeelde helft wordt toegedeeld aan Hans. Zijn kinderen krijgen een onderbedelingsvordering op hem.
Liever geen erfbelasting
Karin was geen onderneemster, dus volgens de letter van de wet zou Hans nu geen gebruik kunnen maken van de bedrijfsopvolgingsregeling. Het kan dus zomaar zijn dat Hans erfbelasting moet betalen over een gedeelte van de waarde van zijn eigen onderneming. Omdat dit onredelijk zou zijn, kan Hans toch kiezen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Er moet dan wel worden voldaan aan de overige voorwaarden van de regeling.
Voorwaarden bedrijfsopvolgingsregeling
Zo moet Hans al minimaal één jaar voor het overlijden van Karin eigenaar (ondernemer) zijn van zijn eenmanszaak. Zijn onderneming moet hij na het overlijden van Karin nog minimaal vijf jaar voortzetten.
Uitstel voor de onderbedelingsvordering
Uit het voorbeeld blijkt dat de kinderen een onderbedelingsvordering hebben op Hans, omdat het ondernemingsvermogen aan hem is toegedeeld. Zij moeten hierover erfbelasting betalen, maar kunnen maximaal tien jaar uitstel van betaling krijgen. Wanneer zij de erfbelasting uiteindelijk betalen, is er wel ook invorderingsrente verschuldigd
|
 |
|